ECLI:NL:HR:2001:ZD2834
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep in zaak medeplegen opzettelijk handelen in strijd met Opiumwet
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die door het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep is veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 2, eerste lid, onder A, van de Opiumwet. Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de Arrondissementsrechtbank Haarlem en legde een gevangenisstraf van drie jaar op.
De verdachte stelde een middel van cassatie in, ingediend door zijn advocaat, gericht op het vernietigen van het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel geen aanleiding gaf tot het beantwoorden van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling en dat het middel derhalve niet tot cassatie kon leiden.
De Hoge Raad vond ook geen ambtshalve gronden om het arrest te vernietigen en wees het cassatieberoep daarom af. Hiermee bleef het arrest van het hof in stand en werd de veroordeling tot drie jaar gevangenisstraf bevestigd. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 19 juni 2001.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de veroordeling tot drie jaar gevangenisstraf blijft in stand.