ECLI:NL:HR:2001:ZD2760

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juli 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
03084/00 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • W.J.M. Davids
  • G.J.M. Corstens
  • B.C. de Savornin Lohman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in cassatieberoep wegens ontbreken akte van cassatie

In deze zaak heeft klager beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de Arrondissementsrechtbank te Groningen, waarbij zijn beklag over de teruggave van een auto werd afgewezen. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad stelde vast dat er geen akte van cassatie was opgemaakt na de bestreden beschikking. Klager had slechts verzocht zijn klaagschrift als cassatieberoep te beschouwen, wat niet voldoet aan de wettelijke vereisten voor het instellen van cassatie.

Hierdoor werd klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep. De beschikking werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in raadkamer tijdens een openbare terechtzitting op 10 juli 2001.

Uitkomst: Klager is niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het ontbreken van een akte van cassatie.

Uitspraak

10 juli 2001
Strafkamer
nr.03084/00 B
AGJ/ABG
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Arrondissementsrechtbank te Groningen van 25 augustus 2000, parketnummer 18/050496-00, op een beklag als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden beschikking
De Rechtbank heeft niet ontvankelijk verklaard het door klager ingediende beklag strekkende tot teruggave aan hem van de in bovenvermelde beschikking omschreven auto.
2. Geding in cassatie
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Bij de stukken bevindt zich geen akte van cassatie die is opgemaakt nadat de bestreden beschikking is gegeven. Slechts blijkt uit het proces-verbaal van de zitting van de Rechtbank dat aldaar door klager is verzocht zijn klaagschrift te beschouwen als een beroep in cassatie. Een dergelijk verzoek is niet aan te merken als een op de door de wet voorgeschreven wijze ingesteld cassatieberoep. De klager is derhalve niet-ontvankelijk in het beroep.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en B.C. de Savornin Lohman, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juli 2001.