ECLI:NL:HR:2001:ZD2706
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens schending redelijke termijn bij poging tot doodslag
De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte is veroordeeld voor poging tot doodslag tot achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk.
Het cassatieberoep is ingesteld door de verdachte en tevens zijn er middelen van cassatie voorgesteld door de benadeelde partij. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad constateert dat de behandeling van de zaak niet binnen een redelijke termijn heeft plaatsgevonden zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM.
Deze overschrijding van de redelijke termijn leidt ertoe dat de straf verminderd moet worden. De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf en vermindert deze tot zestien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk. Voor het overige wordt het beroep verworpen en blijft de rest van het arrest in stand.
De zaak is behandeld op 6 februari 2001 en het arrest is uitgesproken op 8 mei 2001 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zestien maanden waarvan vijf maanden voorwaardelijk wegens schending van het recht op een redelijke termijn.