ECLI:NL:HR:2001:ZD2680
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor het zonder bevoegdheid voeren van de titel advocaat
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage waarin verdachte werd veroordeeld voor het zonder daartoe gerechtigd te zijn voeren van de titel advocaat. Verdachte had zijn onderneming als advocatenkantoor laten vermelden in de telefoongids, terwijl hij niet bevoegd was deze titel te voeren.
De rechtbank had het hoger beroep van verdachte behandeld, waarbij het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van 360 gulden, subsidiair zeven dagen hechtenis. Verdachte stelde in cassatie vier klachten voor, waarvan één niet aan de eisen voldeed.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank terecht het verweer van afwezigheid van alle schuld had verworpen, aangezien verdachte zelf had verzocht zijn onderneming onder de rubriek advocatenkantoren te laten opnemen. De toevoeging door de uitgever van het telefoonboek deed hieraan niet af. De overige middelen faalden eveneens.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de bestreden uitspraak. Het arrest werd gewezen door de vice-president Bleichrodt als voorzitter en de raadsheren Koster en van Buchem-Spapens.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot geldboete en subsidiaire hechtenis blijft in stand.