ECLI:NL:HR:2001:ZD2520
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.M.M. Orie
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt deels toelaatbare uitlevering aan Zweden ondanks ontbreken lijst verboden stoffen
De zaak betreft een cassatieberoep van een opgeëiste persoon tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Amsterdam die de uitlevering aan Zweden deels toelaatbaar en deels ontoelaatbaar verklaarde. Het geschil spitste zich toe op het ontbreken van een lijst met in Zweden verboden verdovende middelen, waardoor niet kon worden vastgesteld of de stoffen MDMA en (met)amfetamine in Zweden verboden waren.
De Rechtbank overwoog dat deze stoffen voorkomen op de lijst van het Verdrag inzake Psychotrope Stoffen (Wenen, 1971), waarbij zowel Nederland als Zweden partij zijn, en ging ervan uit dat deze stoffen ook in Zweden verboden zijn. Dit oordeel werd niet onjuist of onbegrijpelijk geacht.
De Hoge Raad oordeelde dat het verzuim van Zweden om de lijst met verboden stoffen te overleggen niet leidt tot ontoelaatbaarheid van de uitlevering. Het cassatieberoep faalde in alle onderdelen en werd verworpen. Hiermee bleef de deels toelaatbare uitlevering aan Zweden in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de deels toelaatbare uitlevering aan Zweden.