ECLI:NL:HR:2001:ZC3696

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 september 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
R00/156HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • C.H.M. Jansen
  • J.B. Fleers
  • O. de Savornin Lohman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:377b BWArt. 101a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake omgangsregeling minderjarige

De vader verzocht bij de Rechtbank te 's-Hertogenbosch om een omgangsregeling met zijn minderjarige kind, bij voorkeur een weekend per veertien dagen. De moeder bestreed dit verzoek. De rechtbank wees het verzoek af en legde een informatieregeling op waarbij de moeder de vader eenmaal per kwartaal schriftelijk informeert over de ontwikkelingen van het kind en tweemaal per jaar een recente foto verstrekt.

De vader ging in hoger beroep bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het hof beval een psychiatrisch verslag van het kind en bevestiging van de informatieverstrekking aan de vader. Uiteindelijk bekrachtigde het hof de beschikking van de rechtbank.

De vader stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het hof. De moeder diende geen verweerschrift in. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af zonder nadere motivering.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot omgangsregeling.

Uitspraak

28 september 2001
Eerste Kamer
Rek.nr. R00/156HR
AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. R. Kaya,
t e g e n
[De moeder], wonende te België,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 17 oktober 1996 ter griffie van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch ingediend verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht een omgangsregeling te treffen tussen hem en [het] minderjarige [kind], bij voorkeur gedurende een weekend per veertien dagen, althans een zodanige regeling als de Rechtbank zal vermenen te behoren.
Verweerster in cassatie - verder te noemen: de moeder - heeft het verzoek bestreden.
Bij de mondelinge behandeling door de Rechtbank heeft de vader zijn verzoek aangevuld in die zin dat hij subsidiair verzocht een informatieregeling als bedoeld in art. 1:377b BW vast te leggen.
De Rechtbank heeft bij beschikking van 5 november 1997 het verzoek strekkende tot vaststelling van een omgangsregeling afgewezen en voorts bepaald dat de moeder éénmaal per kwartaal de vader schriftelijk dient te informeren over de ontwikkelingen van [het kind] en tweemaal per jaar een recente foto van [het kind] aan de vader ter hand dient te stellen.
Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Nadat het Hof bij tussenbeschikking van 12 januari 2000 de advocaat van de moeder had opgedragen een verslag van de behandelend psychiater van [het kind] als vermeld in de tussenbeschikking onder 4.6 over te leggen alsmede ervoor zorg te dragen en te bevestigen dat de informatie over het vierde kwartaal 1999 en een goedlijkende recente foto aan de vader was verzonden, heeft het Hof bij eindbeschikking van 27 september 2000 de bestreden beschikking bekrachtigd.
De eindbeschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de eindbeschikking van het Hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst J.K. Moltmaker strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, J.B. Fleers en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 28 september 2001.