ECLI:NL:HR:2001:ZC3678
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over buitengerechtelijke ontbinding en nakomingsovereenkomst
In deze zaak vorderde verweerder betaling van een bedrag wegens niet-betaalde termijnen en meerwerk uit een overeenkomst van opdracht met eiser c.s. De rechtbank wees de vordering af en het hof bevestigde dit in een tussenarrest, waarbij het hof oordeelde dat eiser c.s. niet van hun betalingsverplichtingen waren ontslagen zonder rechterlijke ontbinding.
Eiser c.s. stelde dat zij de overeenkomst buitengerechtelijk hadden ontbonden, hetgeen het hof niet had meegewogen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had en onvoldoende aandacht had besteed aan de stelling van buitengerechtelijke ontbinding conform artikel 6:267 lid 1 BW Pro.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak naar het hof te Arnhem voor verdere behandeling en beslissing. De beslissing over de kosten in cassatie werd gereserveerd tot de einduitspraak, waarbij de kosten worden toegekend aan de partij die in het ongelijk wordt gesteld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het hof te Arnhem voor verdere behandeling.