ECLI:NL:HR:2001:ZC3672
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toewijzing eenoudergezag aan moeder na echtscheiding
De moeder heeft bij de Rechtbank Utrecht echtscheiding aangevraagd en verzocht om het eenoudergezag toe te wijzen aan haarzelf over het minderjarige kind. Tevens vroeg zij toewijzing van het huurrecht van de echtelijke woning en verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. De vader heeft dit verzoek bestreden.
De Rechtbank heeft de echtscheiding uitgesproken en het eenoudergezag aan de moeder toegekend, evenals het huurrecht van de woning. De vader stelde hoger beroep in tegen het deel van de beschikking dat het gezag aan de moeder toekende en het ontbreken van een omgangsregeling. Het Gerechtshof Amsterdam bekrachtigde de beschikking van de Rechtbank.
De vader stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, die het beroep heeft verworpen. De Hoge Raad vond geen aanleiding tot nadere motivering omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Hiermee bleef het eenoudergezag bij de moeder gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en het eenoudergezag aan de moeder blijft gehandhaafd.