ECLI:NL:HR:2001:ZC3658
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering schadevergoeding na verkeersongeval
Levob heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld tegen [verweerder] wegens een verkeersongeval op 8 maart 1992 waarbij [betrokkene A] en haar dochter [betrokkene B] ten val kwamen. De rechtbank veroordeelde [verweerder] tot betaling van een bedrag en medische kosten.
Het Gerechtshof Arnhem vernietigde dit vonnis en wees de vordering van Levob af. Levob stelde hiertegen beroep in cassatie bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en wijst het beroep af. Tevens veroordeelt de Hoge Raad Levob in de proceskosten van de cassatieprocedure.
Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2001.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Levob wordt verworpen en de vordering tot schadevergoeding afgewezen.