ECLI:NL:HR:2001:AD8355
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.M.M. Orie
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie tegen ontnemingsvordering wegens redelijke termijn overschrijding
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin de betrokkene werd veroordeeld tot betaling van een bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel, subsidiair veertig dagen hechtenis.
De betrokkene stelde onder meer dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden wegens overschrijding van de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat de termijn berekend moest worden vanaf het moment van het instellen van het hoger beroep tot de behandeling van de zaak, en dat deze termijn minder dan twee jaar bedroeg.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte de datum van behandeling in plaats van de datum van de einduitspraak als eindpunt van de termijn had genomen, maar dat dit geen cassatiegrond opleverde omdat geen uitzonderlijke omstandigheden voor niet-ontvankelijkheid aanwezig waren.
Het beroep in cassatie werd daarom verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsvordering blijft gehandhaafd.