ECLI:NL:HR:2001:AD8314

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 november 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
0050-01-V
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • C.J.G. Bleichrodt
  • G.G. van Erp
  • Taalman Kip-Nieuwenkamp
  • F.H. Koster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WAHVArt. III Wet van 28 oktober 1999, Stb. 1999, 469
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling rechtsmiddelenregeling bij administratieve sanctie verkeersvoorschriften

In deze zaak betrof het een beroep tegen een beslissing van de kantonrechter waarbij een administratieve sanctie van ƒ180,- was opgelegd. De betrokkene stelde dat tegen deze beslissing cassatieberoep openstond en dat het hof niet bevoegd was om over het hoger beroep te oordelen.

De Hoge Raad overwoog dat per 1 januari 2000 de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) was gewijzigd. Volgens deze wijziging is tegen beslissingen van de kantonrechter geen cassatieberoep meer mogelijk indien de sanctie meer bedraagt dan ƒ150,-; in dat geval staat hoger beroep open bij het gerechtshof.

De Hoge Raad stelde vast dat de sanctie in deze zaak ƒ180,- bedroeg, waardoor de nieuwe regeling van toepassing is. De betrokkene had terecht hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof, en geen cassatieberoep. De Hoge Raad besloot het beroepschrift en de stukken aan het gerechtshof te Leeuwarden over te dragen voor verdere behandeling.

De Hoge Raad verwierp het standpunt van de betrokkene dat het hof niet bevoegd zou zijn en dat cassatieberoep openstond. De zaak werd aldus in lijn met de nieuwe wettelijke regeling behandeld.

Uitkomst: Cassatieberoep tegen beslissing kantonrechter na 1 januari 2000 met sanctie boven ƒ150 is niet ontvankelijk; zaak wordt doorverwezen naar het gerechtshof voor hoger beroep.

Uitspraak

20 november 2001
Strafkamer
nr. 0050-01-V
CJIB 29732609
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
naar aanleiding van het arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 15 juni 2001 op het hoger beroep van de beslissing van de Kantonrechter van 7 december 2000 betreffende:
[betrokkene], wonende te [woonplaats].
1. Het arrest van het Gerechtshof
Het Gerechtshof heeft de zaak in handen van de Hoge Raad gesteld.
2. Procesgang
2.1. De betrokkene heeft tegen de beslissing van de Kantonrechter waarbij het door hem ingestelde beroep ongegrond is verklaard en de administratieve sanctie ten bedrage van f.180,- is gehandhaafd, hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Leeuwarden.
2.2. Het Hof heeft het beroepschrift alsmede de op de zaak betrekking hebbende stukken in handen van de Griffier van de Hoge Raad gesteld, na te hebben overwogen:
"De betrokkene heeft het hof verzocht om de onderhavige zaak, in navolging van de zaak met het registratienummer 00/00334, in handen te stellen van de griffier van de Hoge Raad der Nederlanden. Het hof begrijpt betrokkenes standpunt, gelet op hetgeen de betrokkene in die zaak heeft aangevoerd en gelet op hetgeen de betrokkene ter zitting heeft verklaard, aldus dat in de onderhavige zaak beroep in cassatie openstaat, dat het hof niet bevoegd is over het beroep te oordelen en dat het beroepschrift in cassatie daarom ter behandeling aan de Hoge Raad der Nederlanden moet worden gezonden.
Het hof zal daarom het beroepschrift, alsmede de op de zaak betrekking hebbende stukken, in handen stellen van de grifier van de Hoge Raad der Nederlanden."
3. Beoordeling van het beroep
3.1. De beslissing van de Kantonrechter is gegeven na 1 januari 2000, op welke datum in werking is getreden de Wet van 28 oktober 1999, Stb. 1999, 469 waarbij de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) is gewijzigd.
Die wijziging houdt voorzover hier van belang in dat tegen een beslissing van de kantonrechter geen cassatieberoep meer open staat, doch ingevolge het nieuwe art. 14 WAHV Pro hoger beroep, tenzij de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing niet meer bedraagt dan ƒ 150,-.
3.2. Art. III, eerste lid, van genoemde Wet van 28 oktober 1999, Stb. 469, luidt:
"Voor de mogelijkheid om beroep in cassatie in te stellen tegen een uitspraak van de kantonrechter die voor of op de dag van inwerkingtreding van deze wet is gedaan, blijft het recht zoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing."
Ten aanzien van beslissingen van de Kantonrechter die na 1 januari 2000 zijn gegeven geldt derhalve de nieuwe
regeling. De bij de beslissing van de Kantonrechter van 7 december 2000 gehandhaafde administratieve sanctie bedraagt f.180,-.
3.3. Uit het voorgaande volgt vooreerst dat in deze zaak de nieuwe rechtsmiddelenregeling van toepassing is en dat dus tegen de beslissing van de Kantonrechter geen beroep in cassatie heeft opengestaan. Verder stond, gelet op de hoogte van de sanctie, wel hoger beroep open bij het Gerechtshof te Leeuwarden.
Zulks was ook aan de voet van de beslissing van de Kantonrechter vermeld en de betrokkene heeft dan ook geen beroep in cassatie ingesteld (waarin hij niet-ontvankelijk zou zijn verklaard), maar hoger beroep bij het Gerechtshof te Leeuwarden. Dat hoger beroep zal dus moeten worden behandeld.
3.4. De omstandigheid dat de betrokkene op het standpunt staat dat beroep in cassatie openstaat, dat het Hof niet bevoegd is over de zaak te oordelen en dat het beroepschrift daarom ter behandeling aan de Hoge Raad moet worden gezonden, doet aan het voorgaande niet af.
3.5. Het vorenoverwogene brengt mee dat als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
Stelt het beroepschrift alsmede de stukken van het geding in handen van de Griffier van het Gerechtshof te Leeuwarden ter verdere behandeling van het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp en F.H. Koster, in bijzijn van de waarnemend-griffier I.W.P. Verboon, en uitgesproken op 13 november 2001.