ECLI:NL:HR:2001:AD6056
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak hof over niet-ontvankelijkheid bezwaar navorderingsaanslag 1991
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1991 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 19.036. Later werd een navorderingsaanslag opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 42.507. Tegen de navorderingsaanslag werd bezwaar gemaakt, maar dit werd door de inspecteur niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de niet-ontvankelijkverklaring bevestigde. Ook het verzet tegen deze uitspraak werd ongegrond verklaard. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Deze oordeelde dat het hof ten onrechte niet-ontvankelijkverklaring handhaafde zonder voldoende motivering, met name zonder rekening te houden met de verstandelijke en psychische toestand van belanghebbende.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing op het verzet, met inachtneming van het arrest. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt uitspraak hof en verwijst zaak terug voor herbeoordeling van het verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar navorderingsaanslag.