ECLI:NL:HR:2001:AD5168
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Vermindering geldboete wegens overschrijding redelijke termijn in overtredingszaak Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van de Economische Politierechter te 's-Hertogenbosch, waarbij de verdachte werd veroordeeld wegens overtreding van een voorschrift krachtens artikel 60, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen het vonnis.
De Hoge Raad behandelde de zaak op 24 juli 2001, meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep. Hierdoor werd de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM overschreden, wat aanleiding gaf tot strafvermindering. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat er geen andere gronden waren voor vernietiging van het vonnis dan de hoogte van de opgelegde geldboete.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het bestreden vonnis uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de geldboete en verminderde deze van vijfhonderd gulden tot vierhonderdvijftig gulden. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 4 december 2001.
Uitkomst: De geldboete wordt verminderd tot 450 gulden wegens overschrijding van de redelijke termijn; het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen.