ECLI:NL:HR:2001:AD5030
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert aanslag inkomstenbelasting na onjuiste berekening aftrek verwanten
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 58.305. Na bezwaar handhaafde de inspecteur deze aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof vernietigde de uitspraak van de inspecteur en verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 52.474.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Deze stelde vast dat het Hof ten onrechte geen rekening had gehouden met het inkomen van de echtgenote van belanghebbende bij de berekening van de aftrek voor uitgaven ter ondersteuning van verwanten. Volgens artikel 46 lid 7 Wet Pro op de inkomstenbelasting 1964 moet het gezamenlijke onzuivere inkomen van belanghebbende en zijn echtgenote worden betrokken.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof en stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 49.225. Tevens gelastte de Hoge Raad dat de Staatssecretaris van Financiën het aan belanghebbende betaalde griffierecht vergoedt. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de aanslag inkomstenbelasting tot een belastbaar inkomen van ƒ 49.225 en gelast vergoeding van het griffierecht.