ECLI:NL:HR:2001:AD4509
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling diefstal ondanks gemeenschappelijk eigendom hout
In deze zaak stond de vraag centraal of het hout dat verdachte had weggenomen mede-eigendom was, waardoor sprake zou zijn van verduistering in plaats van diefstal. De feiten betroffen hout afkomstig van beukenbomen die op de erfgrens stonden tussen verdachte en betrokkene A. Het hof stelde vast dat verdachte het hout met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening had weggenomen.
De verdediging voerde aan dat het hout gemeenschappelijk eigendom was vanwege mandeligheid van de bomen op de erfgrens, maar dit verweer werd door het hof verworpen omdat een rij beukenbomen geen heg vormt zoals bedoeld in artikel 5:62 BW Pro. De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en oordeelde dat het hof het verweer terecht had verworpen.
Het cassatieberoep werd afgewezen omdat geen van de aangevoerde middelen tot cassatie konden leiden. De Hoge Raad vond geen aanleiding om de uitspraak ambtshalve te vernietigen en handhaafde daarmee de veroordeling van verdachte voor diefstal en bedreiging.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor diefstal en bedreiging.