ECLI:NL:HR:2001:AD3992
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- H.A.M. Aaftink
- A.G. Pos
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte en schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen gemeente
Eiser huurde sinds 1983 bedrijfsruimte van de gemeente Oldenzaal, met een schriftelijke huurovereenkomst die jaarlijks kon worden beëindigd met een opzegtermijn van drie maanden. De gemeente beëindigde de huurovereenkomst per 1 januari 1997, wat door eiser werd bestreden. De Kantonrechter stelde het einde van de huurovereenkomst vast en veroordeelde eiser tot ontruiming.
Eiser vorderde in reconventie een schadeloosstelling wegens beëindiging van de huurovereenkomst, welke door de Rechtbank Almelo deels werd toegewezen op grond van onrechtmatig handelen van de gemeente, waarbij de gemeente tekort zou zijn geschoten in haar publiekrechtelijke taak door eiser geen plaats te bieden in het nieuwe sportcomplex. Het Hof Arnhem vernietigde dit oordeel en wees de vordering af, oordelend dat het gebruik van wettelijke beëindigingsmogelijkheden door de gemeente geen onrechtmatige daad oplevert.
De Hoge Raad oordeelde dat de vordering van eiser niet onder de bevoegdheid van de Kantonrechter valt als zijnde 'betrekkelijk tot huur' en bevestigde het oordeel van het Hof dat geen onrechtmatig handelen van de gemeente is vastgesteld. Daarmee werd het beroep van eiser verworpen en bleef het arrest van het Hof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de vordering tot schadeloosstelling afgewezen.