ECLI:NL:HR:2001:AD3991
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsgeschil over verduistering vorkheftruck en uitleg beursvoorwaarden
Vitesse verhuurt vorkheftrucks en sloot een verzekeringsovereenkomst met meerdere verzekeraars op basis van de Nederlandse Beurspolis voor Landmateriaal 1985. Na verduistering van een vorkheftruck door een huurder, die het apparaat zonder toestemming verkocht, vorderde Vitesse schadevergoeding van de verzekeraars. De rechtbank en het hof wezen de vordering af, stellende dat de verduistering geen van buiten aankomend onheil was, maar viel onder het bedrijfsrisico van Vitesse.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof omdat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de verduistering tot het bedrijfsrisico van Vitesse behoort en waarom de verduistering niet als van buiten aankomend onheil moet worden beschouwd. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het hof onjuist heeft geoordeeld over de werking van art. 276 K. omtrent opzet of schuld van een medeverzekerde.
De zaak wordt verwezen naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing. De verzekeraars worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten in cassatie.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof Amsterdam en verwijst zaak terug wegens onvoldoende motivering over bedrijfsrisico en begrip van buiten aankomend onheil.