ECLI:NL:HR:2001:AD3936
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- A. Hammerstein
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over merkinbreuk en schadevergoeding bij gebruik zonder schriftelijke licentie
In deze zaak vorderen eiseressen onder meer schadevergoeding en nietigverklaring van een merkinschrijving van verweerster wegens merkinbreuk op de Dreentegel, een vormmerk van eiseressen. De rechtbank verklaarde de inschrijving van verweersters merk nietig en veroordeelde tot schadevergoeding. Het hof bekrachtigde de nietigheid maar wees de schadevergoeding af omdat eiseres 1 geen schriftelijke licentie kon overleggen.
Eiseressen stelden cassatie in tegen het oordeel van het hof, met name over de vraag of een gebruiker van een merk zonder schriftelijke licentie aanspraak kan maken op schadevergoeding. De Hoge Raad constateerde dat het hof onvoldoende aandacht had besteed aan het eerdere inbreukgedrag van verweerster en de mogelijkheid van 'nawerking'.
De Hoge Raad stelde prejudiciële vragen aan het Benelux-Gerechtshof over de uitleg van art. 11 Benelux Pro Merkenwet, met betrekking tot de vereisten voor schadevergoeding aan merkgebruikers zonder schriftelijke licentie en de gevolgen van het ontbreken van een aantekening in het merkenregister.
De Hoge Raad schorst het geding en houdt verdere beslissing aan totdat het Benelux-Gerechtshof uitspraak doet over deze vragen. Hiermee wordt de rechtspositie van merkgebruikers zonder schriftelijke licentie nader onderzocht in het kader van merkinbreuk en schadevergoeding.
Uitkomst: De Hoge Raad verwijst prejudiciële vragen over de uitleg van art. 11 Benelux Merkenwet naar het Benelux-Gerechtshof en schorst de procedure.