ECLI:NL:HR:2001:AD3891
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ongegrondverklaring beroep tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1995
Belanghebbende kreeg voor 1995 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen van nihil opgelegd. Vervolgens werd een navorderingsaanslag opgelegd op een belastbaar inkomen van f 87.177, welke na bezwaar door de Inspecteur werd verminderd tot f 54.299. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat het beroep ongegrond verklaarde.
Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad onderzocht de klachten, waaronder het ontbreken van een eerlijk proces wegens ziekte van belanghebbende, het oordeel van het Hof dat belanghebbende te kwader trouw was zonder hem persoonlijk te horen, en het niet in aanmerking nemen van een verzoek tot herziening van een eerdere aanslag.
De Hoge Raad verwierp alle klachten: er was geen verzoek tot uitstel van de mondelinge behandeling ingediend, het Hof mocht een oordeel over kwade trouw vellen zonder persoonlijke hoorzitting, en het verzoek tot herziening van de aanslag over 1991 was niet relevant zolang die aanslag niet was gewijzigd.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Hiermee bleef de uitspraak van het Hof Amsterdam in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt het arrest van het Hof Amsterdam.