ECLI:NL:HR:2001:AD3630

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 september 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R00/164HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R. Herrmann
  • A.E.M. van der Putt-Lauwers
  • H.A.M. Aaftink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 89 FaillissementswetArt. 105 FaillissementswetArt. 101a Wetboek van Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen inbewaringstelling bestuurder in faillissement

Bij vonnis van 12 april 2000 is [A] B.V. in staat van faillissement verklaard. De bestuurder van deze vennootschap, hier verzoeker genoemd, werd op voordracht van de rechter-commissaris in bewaring gesteld voor dertig dagen op grond van artikel 89 juncto Pro 105 Faillissementswet. De rechtbank te 's-Gravenhage heeft deze maatregel bevolen op 21 september 2000.

Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, dat bij beschikking van 28 november 2000 de inbewaringstelling bevestigde. Vervolgens richtte verzoeker zich tot de Hoge Raad met een beroep in cassatie tegen deze beschikking van het hof.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de klachten niet relevant waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen. De beschikking werd op 21 september 2001 door de Hoge Raad in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de bestuurder tegen de inbewaringstelling wordt verworpen.

Uitspraak

21 september 2001
Eerste Kamer
Rek.nr. R00/164HR
AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. E.A. Kazzaz-de Hoog.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 12 april 2000 is [A] B.V. in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr. Kalbfleisch tot rechter-commissaris en mr. M.W.M. Souren tot curator. Verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - is bestuurder van [A] B.V.
Bij beschikking van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 21 september 2000 heeft de Rechtbank op voordracht van de rechter-commissaris voornoemd de inbewaringstelling ingevolge art. 89 jo Pro. 105 F. voor de duur van dertig dagen van [verzoeker] bevolen.
Tegen deze beschikking heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
Na mondelinge behandeling heeft het Hof bij beschikking van 28 november 2000 de beschikking van de Rechtbank bekrachtigd.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curator van [A] B.V. heeft bij brief van 26 januari 2001 op het cassatierekest gereageerd.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot bebeant-woording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4.Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren R. Herrmann, als voorzitter, A.E.M. van der Putt-Lauwers en H.A.M. Aaftink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer R. Herrmann op 21 september 2001.