ECLI:NL:HR:2001:AD3568
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over definitie kampeerauto in motorrijtuigenbelasting
Belanghebbende verzocht om toepassing van het kampeerautotarief op grond van artikel 30 van Pro de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994. De Inspecteur wees dit verzoek af, en na bezwaar en beroep bevestigde het Hof Arnhem deze afwijzing. De Hoge Raad stelde vast dat het Hof ten onrechte de voorwaarde stelde dat een persoon van gemiddelde lengte in het motorrijtuig rechtop moet kunnen staan om als kampeerauto te kwalificeren.
De Hoge Raad baseerde zich op de tekst en de wetsgeschiedenis van artikel 2, letter g, van de Wet, alsmede op eerdere jurisprudentie waarin deze voorwaarde werd verworpen. Het arrest van het Hof werd vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling met inachtneming van de juiste rechtsopvatting.
Daarnaast werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van belanghebbende. De Hoge Raad benadrukte dat de definitie van kampeerauto in de motorrijtuigenbelasting niet de door het Hof gestelde staande hoogte-eis bevat.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling met correcte toepassing van de definitie van kampeerauto.