ECLI:NL:HR:2001:AD3567
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel Hof over inbrengwaarde in inkomstenbelastingzaak 1994
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van f 91.639, welke na bezwaar gehandhaafd werd door de Inspecteur. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof het standpunt van belanghebbende over de inbrengwaarde onjuist heeft weergegeven door deze te stellen op de aanschafprijs, terwijl belanghebbende de economische verkeerswaarde als uitgangspunt had genomen. Dit is echter geen onjuiste rechtsopvatting. Het Hof heeft daarnaast geoordeeld dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de economische waarde hoger was dan de door de Inspecteur gehanteerde waarde.
Dit feitelijke oordeel is voor de Hoge Raad niet toetsbaar in cassatie. Verder leidt het middel niet tot cassatie omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof bevestigd.