ECLI:NL:HR:2001:AD3557
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- P.J. van Amersfoort
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid directeur Gemeentebelastingen tot uitspraak op bezwaarschrift WOZ-waarde
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een onroerende zaak gelegen aan a-straat 1 te Z, vastgesteld op ƒ 58.000 voor de periode 1997-2000. De directeur Gemeentebelastingen van Amsterdam handhaafde de beschikking, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof, dat de uitspraak bevestigde.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad onderzocht onder meer de vraag of de directeur Gemeentebelastingen bevoegd was tot het doen van uitspraak op het bezwaarschrift. Op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) werd vastgesteld dat deze bevoegdheid bij de directeur Gemeentebelastingen lag.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen en oordeelde dat het beroep ongegrond is. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Hiermee is de uitspraak van het Hof definitief bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de bevoegdheid van de directeur Gemeentebelastingen tot uitspraak op het bezwaarschrift.