ECLI:NL:HR:2001:AB3280

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 september 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03022/00 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • W.J.M. Davids
  • A.M.M. Orie
  • A.J.A. van Dorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 98 SvArt. 344 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen beschikking inzake beroepsgeheim en waarheidsvinding

De zaak betreft een cassatieberoep van de Officier van Justitie tegen een beschikking van de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, waarin het klaagschrift van klagers werd gegrond verklaard en teruggave werd gelast van een inbeslaggenomen en verzegelde envelop met scans van het lichaam van een betrokkene.

De Hoge Raad oordeelt dat in cassatie geen beroep kan worden gedaan op feiten en omstandigheden die niet door de feitenrechter zijn vastgesteld en waarop in feitelijke aanleg geen beroep is gedaan. Het middel van de Officier van Justitie, dat zich richt op het belang van waarheidsvinding boven het beroepsgeheim, faalt omdat de rechtbank geen uitzonderlijke omstandigheden heeft vastgesteld die dit rechtvaardigen.

De Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep niet kan slagen en wijst het beroep af. De beschikking van de rechtbank blijft daarmee in stand, waarmee het beroepsgeheim wordt beschermd en de teruggave van de inbeslaggenomen documenten wordt gelast.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de Officier van Justitie wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank wordt bevestigd.

Uitspraak

25 september 2001
Strafkamer
nr. 03022/00 B
ACH/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 17 april 2000, nummer 09/753139-99, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[klaagster] en [klager], gevestigd respectievelijk te [vestigingsplaats].
1. De bestreden beschikking
1.1. De Rechtbank heeft het beklag gegrond verklaard en de teruggave gelast aan de [klaagster] van de onder haar inbeslaggenomen gesloten en verzegelde envelop met scans van het lichaam van [betrokkene A].
1.2. De bestreden beschikking is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de Officier van Justitie. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadsman van de klager, mr. B. Sluijters, advocaat te Amsterdam, heeft het cassatieberoep tegengesproken.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Het middel komt met rechts- en motiveringsklachten op tegen het oordeel van de Rechtbank dat geen sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden waardoor het belang van de waarheidsvinding prevaleert boven dat van het beroepsgeheim. Blijkens de toelichting op het middel steunen de klachten op de daarin gestelde feiten en omstandigheden.
3.2. Het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer van 20 maart 2000 houdt, als hetgeen door de Officier van Justitie naar voren is gebracht, niet meer dan het
volgende in:
"De officier van justitie concludeert tot ongegrondverklaring van het klaagschrift".
3.3. De Rechtbank heeft geen van de feiten of omstandigheden vastgesteld die blijkens de toelichting op het middel hebben moeten nopen tot het aannemen van de bedoelde uitzonderlijke omstandigheden. Uit het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer kan niet blijken dat door de Officier van Justitie daaromtrent iets is aangevoerd.
3.4. Het middel miskent aldus dat in cassatie geen beroep kan worden gedaan op feiten en omstandigheden die door de feitenrechter niet zijn vastgesteld en waarvan niet blijkt dat daarop in feitelijke aanleg een beroep is gedaan.
Het middel faalt mitsdien.
4. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren A.M.M. Orie en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 september 2001.