ECLI:NL:HR:2001:AB3222

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 augustus 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
36125
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • E. Korthals Altes
  • D.H. Beukenhorst
  • L. Monné
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 lid 3 Verordening reinigingsrechten gemeente HaarlemArt. 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen reinigingsrecht voor afval uit particuliere huishoudens bij secretariaatsvoering voor vereniging

Belanghebbende kreeg voor 1998 een aanslag in de reinigingsrechten opgelegd door de gemeente Haarlem, vermeerderd met omzetbelasting. Na bezwaar handhaafde het gemeentelijke hoofd de aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof vernietigde de aanslag en de uitspraak van het hoofd.

De gemeente Haarlem stelde beroep in cassatie in tegen het vonnis van het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat het voeren van het secretariaat voor een bescheiden gezelligheidsvereniging vanuit de privéwoning van de secretaris valt onder de persoonlijke levenssfeer en daarmee onder het begrip 'particuliere huishoudens' zoals bedoeld in de verordening en de Wet milieubeheer.

Het Hof had vastgesteld dat de afvalstoffen afkomstig uit deze activiteiten slechts een geringe hoeveelheid enveloppen en folders betroffen, die als huishoudelijk afval moeten worden aangemerkt. Hierdoor is geen reinigingsrecht verschuldigd. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en legde geen proceskosten op.

De uitspraak bevestigt de afbakening tussen privégebruik en zakelijke activiteiten voor belastingen op afvalstoffen, waarbij kleine verenigingsactiviteiten vanuit huis niet leiden tot heffing van reinigingsrechten.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de gemeente Haarlem wordt ongegrond verklaard en de aanslag in reinigingsrechten blijft vernietigd.

Uitspraak

Nr. 36.125
10 augustus 2001
JV
gewezen op het beroep in cassatie van de gemeente Haarlem tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 24 maart 2000, nr. P99/2586, betreffende na te melden aan de vereniging X te Z opgelegde aanslag in de reinigingsrechten van de gemeente Haarlem.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1998 een aanslag in de reinigingsrechten van de gemeente Haarlem opgelegd ten bedrage van f 93, vermeerderd met f 16,28 ten titel van omzetbelasting, in totaal derhalve f 109,28, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van het hoofd van de Afdeling Financiële Economische Zaken van de gemeente Haarlem (hierna: het Hoofd) is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft die uitspraak alsmede de aanslag vernietigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem hebben tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van het middel
Het Hof heeft geoordeeld dat het voeren van het secretariaat voor een bescheiden gezelligheidsvereniging als belanghebbende, welk secretariaat wordt gevoerd op het adres waar de secretaris woont en een particuliere huishouding voert, zozeer is te rekenen tot de persoonlijke levenssfeer van de secretaris, dat in redelijkheid niet kan worden geoordeeld dat daarmede buiten het particuliere huishouden wordt getreden. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent het begrip "particuliere huishoudens" in artikel 1, lid 3, van de onderhavige verordening en artikel 1.1, lid 1, van de Wet milieubeheer. Aan dit oordeel heeft het Hof terecht de gevolgtrekking verbonden dat de uit de activiteiten voor de vereniging afkomstige afvalstoffen - volgens 's Hofs vaststelling een geringe hoeveelheid enveloppen en reclamefolders - moeten worden aangemerkt als afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens in de zin van artikel 1, lid 3, van de verordening en derhalve als huishoudelijke afvalstoffen in de zin van artikel 1, lid 2, van die verordening, zodat ter zake geen reinigingsrecht kan worden geheven. Het middel faalt derhalve.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren D.H. Beukenhorst en L. Monné, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2001.
Van Burgemeester en Wethouders wordt ter zake van dit beroep een recht geheven van f 630.