ECLI:NL:HR:2001:AB2963
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- A.M.J. Buchem-Spapens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vrijspraak primair tenlastegelegde en verwerpt cassatie in cocaïnezaak
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor het op of omstreeks 14 mei 1999 te Schiphol vervoeren van circa 15 kilogram cocaïne, een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet. Primair werd hem opzettelijk vervoer ten laste gelegd, subsidiair ook het niet-opzettelijk vervoer.
Het hof Amsterdam sprak de verdachte vrij van de primaire tenlastelegging, maar veroordeelde hem voor het handelen in strijd met het verbod van artikel 2 Opiumwet Pro, lees: het vervoeren van cocaïne. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de tenlastelegging niet onrechtmatig heeft uitgebreid en dat de verdachte niet in zijn verdediging is geschaad. Het hof mocht het niet-opzettelijk vervoer bewezen verklaren. De klachten van de verdediging worden verworpen en het cassatieberoep wordt afgewezen.
De Hoge Raad corrigeert ambtshalve dat het hof kennelijk hechtenis bedoelde op te leggen in plaats van gevangenisstraf. Het arrest van het hof blijft in stand en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; verdachte blijft vrijgesproken van primair tenlastegelegde en veroordeeld voor subsidiaire overtreding van de Opiumwet.