ECLI:NL:HR:2001:AB2936
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis wegens nietigheid inleidende oproeping bij ordeverstoring in dronkenschap
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van de Arrondissementsrechtbank Maastricht waarin verdachte werd veroordeeld voor het verstoren van de openbare orde terwijl hij in staat van dronkenschap verkeerde. De rechtbank had het vonnis van de Kantonrechter vernietigd en een geldboete opgelegd.
De Hoge Raad beoordeelde ambtshalve de geldigheid van de inleidende oproeping. Uit de stukken bleek dat de oproeping was gedaan volgens artikel 385 Sv Pro, maar dat de nadere schriftelijke opgave van het tenlastegelegde feit, zoals vereist op grond van artikel 386 Sv Pro in samenhang met artikel 261 Sv Pro, ontbrak.
Omdat de korte aanduiding van het feit in het proces-verbaal niet voldeed aan de wettelijke eisen en er geen nadere schriftelijke opgave was, oordeelde de Hoge Raad dat de inleidende oproeping nietig was. Hierdoor kon het vonnis niet in stand blijven en werd het vernietigd, behoudens het eerdere vonnis van de Kantonrechter. De zaak werd terugverwezen naar het Kantongerecht voor een nieuwe berechting.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 2 oktober 2001.
Uitkomst: Het bestreden vonnis wordt vernietigd wegens nietigheid van de inleidende oproeping en de zaak wordt terugverwezen naar het Kantongerecht.