ECLI:NL:HR:2001:AB2792
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- A.G. Pos
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voortduring arbeidsovereenkomst en wijst loonvordering af
Eiseres stelde dat haar arbeidsovereenkomst met Kotrac vanaf 1 januari 1981 voortduurde tot 1 mei 1996 en vorderde betaling van achterstallig loon, vakantiegeld, rente en buitengerechtelijke kosten. De kantonrechter verklaarde de arbeidsovereenkomst voort te duren tot 1 mei 1996 en veroordeelde Kotrac tot betaling van salaris en bijkomende vergoedingen.
Kotrac stelde dat het dienstverband in onderling overleg per 15 september 1994 was geëindigd en betwistte de loonvordering. De rechtbank vernietigde het vonnis van de kantonrechter en wees de vorderingen van eiseres af in hoger beroep.
Eiseres stelde beroep in cassatie in tegen deze afwijzing, maar de Hoge Raad verwierp het beroep zonder nadere motivering op grond van artikel 101a RO, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad veroordeelde eiseres in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee bleef het oordeel van de rechtbank in hoger beroep ongewijzigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de afwijzing van de loonvordering door de rechtbank.