ECLI:NL:HR:2001:AB2777
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag belasting personenauto's ondanks tijdelijk gebruik gestolen voertuig
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor de belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM) omdat hij op 16 januari 1996 een personenauto met een buitenlands kenteken feitelijk ter beschikking had en gebruikte in Nederland. Deze auto was op die dag als gestolen aangemeld bij de politie.
Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de naheffingsaanslag gehandhaafd. Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de auto feitelijk aan anderen ter beschikking stond. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. Volgens de Hoge Raad is de belasting verschuldigd zodra een niet-geregistreerde auto feitelijk ter beschikking staat van een in Nederland wonende natuurlijke persoon die ermee gebruik maakt van de Nederlandse weg, ongeacht of dit tijdelijk is of de auto gestolen was.
Belanghebbende beriep zich op een besluit van de Staatssecretaris van Financiën dat bij eerste constatering van feitelijk gebruik een naheffingsaanslag niet direct wordt opgelegd, mits de gebruiker niet bekend was met de wet. De Hoge Raad oordeelt dat belanghebbende deel uitmaakte van een criminele organisatie en dus bekend moest zijn met de wet, waardoor deze goedkeuring niet op hem van toepassing is.
De Hoge Raad ziet geen reden om de uitspraak van het Hof te vernietigen en legt geen proceskostenveroordeling op. Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en op 24 juli 2001 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag BPM van f 44.671.