ECLI:NL:HR:2001:AB2735
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van vordering tot schadevergoeding en bevestiging van ontbinding samenwerking
Eisers vorderden schadevergoeding ex aequo et bono wegens beëindiging van een samenwerkingsovereenkomst met verweersters. Verweersters stelden zich op het standpunt dat de samenwerking rechtsgeldig was ontbonden, dan wel vernietigd of ontbonden kon worden wegens dwaling of gewijzigde omstandigheden.
De rechtbank wees zowel de vordering in conventie als in reconventie af. Het Gerechtshof Arnhem bekrachtigde dit oordeel in hoger beroep, waarbij het hof het bewijs van schade toeliet maar uiteindelijk de vorderingen verwierp.
Eiser stelde beroep in cassatie tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen cassatiegronden opleveren en verwierp het beroep zonder nadere motivering. Tevens werd eiser veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Het arrest bevestigt daarmee de rechtsgeldigheid van de ontbinding van de samenwerking en de afwijzing van de schadevordering, waarmee de procedure in het civiele geding definitief is afgesloten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de afwijzing van de schadevordering en ontbinding van de samenwerking wordt bevestigd.