ECLI:NL:HR:2001:AB2449

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juni 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
1311
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • D.H. Beukenhorst
  • L. Monné
  • vice-president Korthals Altes
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20 OnteigeningswetArt. 101a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad uitspraak over ontvankelijkheid cassatie in onteigeningszaak gemeente Echt

De Gemeente Echt heeft een onteigeningsprocedure gestart tegen een derde partij voor een perceel grasland ten behoeve van algemeen nut. De Rechtbank Roermond heeft op 12 oktober 2000 de onteigening uitgesproken en een voorschot op schadeloosstelling vastgesteld.

Eiseres, die inmiddels eigenaar was van het perceel, heeft tegen dit vonnis cassatieberoep ingesteld. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat eiseres niet-ontvankelijk is in haar cassatieberoep voor zover dit betrekking heeft op het vonnis tussen de gemeente en de derde partij, omdat deze derde partij niet samen met de gemeente als verweerder in cassatie kan worden betrokken.

Voor het overige is het cassatieberoep verworpen. De Hoge Raad achtte nadere motivering niet nodig, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad veroordeelde eiseres in de kosten van het cassatiegeding en sprak het arrest uit op 13 juni 2001.

Uitkomst: Eiseres is niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep voor zover het vonnis tussen gemeente en derde partij betreft en het beroep is voor het overige verworpen.

Uitspraak

Nr. 1311
13 juni 2001
in de zaak van
[Eiseres], wonende te [woonplaats],
eiseres tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
tegen
1. de Gemeente Echt, zetelende te Echt,
verweerster in cassatie,
advocaat: mr. J.G. de Vries Robbé,
2. [Verweerder 2], wonende te [woonplaats],
verweerder in cassatie,
niet verschenen.
1. Geding in feitelijke instantie
1.1. De Gemeente Echt heeft bij exploit van 7 augustus 2000 [verweerder 2] in zijn hoedanigheid van derde in de zin van artikel 20 van Pro de Onteigeningswet doen dagvaarden voor de Arrondissementsrechtbank te Roermond en gevorderd de vervroegd uit te spreken onteigening ten algemene nutte ten behoeve van de Gemeente van het perceel grasland, kadastraal bekend gemeente Echt, sectie [..], grondplannummer [..], ter grootte van 2.36.60 ha, en bepaling van een voorschot op de schadeloosstelling.
1.2. Bij vonnis van 12 oktober 2000 heeft de Rechtbank eiseres tot cassatie [..] (hierna: [eiseres]) toegelaten tot het geding, ten laste van haar de gevorderde onteigening van het betrokken perceel, waarvan [eiseres] inmiddels eigenaar was geworden, uitgesproken, het voorschot op de schadeloosstelling bepaald op f 425.880,--, en een deskundige en een rechter-commissaris benoemd. Het vonnis is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
2.1. [Eiseres] heeft het vonnis van 12 oktober 2000 met een middel van cassatie bestreden. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2. De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2.3. Partijen hebben hun standpunten schriftelijk doen toelichten door hun advocaten.
2.4. De Advocaat-Generaal J.W. Ilsink heeft op 21 maart 2001 geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] in haar cassatieberoep tegen het bestreden vonnis voor zover dat is gewezen tussen de Gemeente en [verweerder 2] en tot verwerping van het beroep voor het overige.
3. De ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Nu [verweerder 2] in de procedure voor de Rechtbank als tegenpartij van de Gemeente optrad, kan hij niet samen met de Gemeente als verweerder in deze cassatieprocedure worden betrokken, zodat [eiseres] in haar cassatieberoep tegen het bestreden vonnis, voor zover dat is gewezen tussen de Gemeente enerzijds en [verweerder 2] anderzijds, niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
4. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart eiseres niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep tegen het bestreden vonnis, voorzover dat is gewezen tussen de Gemeente en [verweerder 2],
verwerpt het beroep voor het overige, en
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente, begroot op f 632,20 aan verschotten en op f 3.000 voor salaris en aan de zijde van [verweerder 2] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren D.H. Beukenhorst en L. Monné, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juni 2001.
PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
MR. J.W. ILSINK
ADVOCAAT-GENERAAL