ECLI:NL:HR:2001:AB2315
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijsoordeel omtrent belastbaar inkomen na huiszoeking en weigering tot nadere verklaring
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een voorlopige aanslag opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 105.000, welke aanslag na bezwaar door de Inspecteur werd gehandhaafd. Het Hof bevestigde dit oordeel, mede gebaseerd op een huiszoeking waarbij ƒ 42.295 werd aangetroffen, waarvan het hof aannam dat dit bedrag aan belanghebbende toebehoorde.
Belanghebbende ontkende in de fiscale procedure dat het geld van hem was en verklaarde dat ƒ 40.000 geleend was van een derde. Het hof achtte deze verklaring onaannemelijk, mede omdat belanghebbende bij een eerder politieverhoor verklaarde dat het geld hem toebehoorde en de derde geen aannemelijke verklaring gaf over de herkomst van het geld.
Het middel klaagde dat het hof het zwijgrecht van belanghebbende in de strafprocedure had geschonden door dit mee te wegen in de fiscale procedure. De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit recht niet heeft miskend en dat het bewijsoordeel voldoende gemotiveerd was.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Het arrest bevestigt het belang van een gemotiveerd bewijsoordeel en de zorgvuldige afweging van verklaringen in fiscale procedures, zonder dat het strafrechtelijke zwijgrecht wordt aangetast.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het bewijsoordeel van het hof bevestigd.