ECLI:NL:HR:2001:AB2245

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 juni 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02425/00
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • W.J.M. Davids
  • G.J.M. Corstens
  • A.J.A. van Dorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 588 SvArt. 413 SvArt. 425 SvArt. 426a SvArt. 265 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens niet-naleving termijnen en nietigheid proces in verzekeringszaak motorrijtuig

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een verstekvonnis van de Rechtbank te 's-Gravenhage waarin verdachte werd veroordeeld wegens het niet sluiten en in stand houden van een verplichte motorrijtuigverzekering. De dagvaarding voor de terechtzitting in hoger beroep was niet tijdig betekend conform wettelijke termijnen, en de verdachte was niet verschenen, waarna verstek werd verleend.

De Rechtbank vervolgde het onderzoek ondanks het ontbreken van toestemming voor de verkorting van de termijn en zonder schorsing van de zitting, wat in strijd is met de vereisten van een behoorlijke procesorde. Dit leidde tot nietigheid van het proces en het vonnis.

De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden vonnis en verwees de zaak terug naar de Rechtbank te 's-Gravenhage voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep, waarbij de procesregels correct moeten worden nageleefd.

Uitkomst: Het vonnis is vernietigd wegens niet-naleving van termijnen en nietigheid van het proces; de zaak is terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

19 juni 2001
Strafkamer
nr. 02425/00
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen vonnis van de Enkelvoudige Kamer van de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 7 maart 2000, parketnummer 09/157524-98, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Iran) op [geboortedatum] 1954, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
De Rechtbank heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Kantonrechter te 's-Gravenhage van 9 december 1998 - de verdachte ter zake van "als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheids-verzekering motorrijtuigen sluiten en in stand houden" veroordeeld tot een geldboete van achthonderdvijfentwintig gulden, subsidiair zestien dagen hechtenis, met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van vier maanden.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.J.Th. de Bree, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen en de zaak zal terugwijzen naar de Rechtbank te 's-Gravenhage teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
3. Beoordeling van de bestreden uitspraak naar aanleiding van het middel en ambtshalve
3.1. Volgens de akte van uitreiking gehecht aan het dubbel van de dagvaarding van de verdachte om op 7 maart 2000 op de terechtzitting van de Rechtbank in hoger beroep terecht te staan, is deze dagvaarding op 1 maart 2000 uitgereikt op de wijze als voorgeschreven in art. 588, derde lid onder c, Sv. De in art. 413, eerste lid eerste volzin, Sv, in verband met de art. 425 en Pro 426a, eerste lid, Sv, voorgeschreven termijn van tien dagen is dus niet in acht genomen.
3.2. Nu de stukken van het geding niets inhouden waaruit zou kunnen volgen dat de verkorting van de termijn heeft plaatsgevonden met toestemming van de verdachte en blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep de verdachte daar niet is verschenen en verstek tegen hem is verleend, had de Rechtbank het onderzoek ter terechtzitting op grond van art. 413 Sv Pro in samenhang met art. 265, derde lid, Sv, een en ander in verband met de art. 425 en Pro 426a, eerste lid, Sv, dienen te schorsen. De Rechtbank heeft het onderzoek ter terechtzitting echter voortgezet nadat verstek tegen de niet verschenen verdachte was verleend.
3.3. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak oplevert.
4. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt de bestreden uitspraak;
Wijst de zaak terug naar de Rechtbank te 's-Gravenhage opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 19 juni 2001.