ECLI:NL:HR:2001:AB2202
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onjuiste toetsing woningbegrip bij binnentreden hennepkwekerij
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor medeplegen van het bezit van hennepplanten en hennep. De politie trof op 21 mei 1998 een hennepkwekerij aan in een pand te Delfzijl. Het Hof Leeuwarden oordeelde dat het pand geen woning was, zodat geen schriftelijke machtiging voor binnentreden nodig was, en verwierp het beroep op onrechtmatige bewijsgaring.
De Hoge Raad stelt dat het hof een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd door te beoordelen of de verbalisanten mochten aannemen dat het pand niet bewoond was, in plaats van vast te stellen of het pand daadwerkelijk als woning moest worden aangemerkt op het moment van binnentreden. De Hoge Raad benadrukt dat het woningbegrip niet louter afhangt van uiterlijke kenmerken of tijdelijke afwezigheid van bewoners, maar van de feitelijke bestemming en het beschermde huisrecht.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem voor een hernieuwde beoordeling of het pand als woning moet worden beschouwd en of het binnentreden zonder machtiging rechtmatig was. Tevens moet het hof beoordelen of het ontbreken van een machtiging gevolgen heeft voor het bewijs, waarbij bewijsuitsluiting alleen aan de orde is als de verbalisanten redelijkerwijs mochten aannemen dat het geen woning betrof.
De Hoge Raad wijst erop dat de mededeling aan de politie dat het pand niet bewoond zou zijn, afkomstig was van een onbekende en onvoldoende steun vond in de overige feiten. Het arrest is gewezen door vijf raadsheren en uitgesproken op 19 juni 2001.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling woningbegrip en rechtmatigheid binnentreden.