ECLI:NL:HR:2001:AB2177
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- A. Hammerstein
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E. Korthals Altes
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beschikking over adviesrecht ondernemingsraad bij surséance van betaling
In deze zaak stond centraal de vraag of de ondernemer verplicht was advies te vragen aan de ondernemingsraad (OR) over het voorgenomen besluit om surséance van betaling aan te vragen, op grond van artikel 25 van Pro de Wet op de ondernemingsraden (WOR).
De Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam had eerder geoordeeld dat het besluit tot het aanvragen van surséance van betaling een belangrijke wijziging in de organisatie van de onderneming inhoudt en dat daarom advies van de OR vereist was. De ondernemer stelde hiertegen cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het aanvragen van surséance van betaling niet leidt tot een belangrijke wijziging in de organisatie of in de verdeling van bevoegdheden binnen de onderneming. De benoeming van een bewindvoerder beperkt slechts de bevoegdheden van degenen die beheer en beschikking voeren, maar verandert de interne organisatie niet. Ook blijft het adviesrecht van de OR na verlening van surséance van betaling bestaan.
Daarom vernietigde de Hoge Raad de beschikking van de Ondernemingskamer en wees het verzoek van de OR af. Hiermee werd bevestigd dat het adviesrecht van de OR niet geldt voor het voorgenomen besluit tot het aanvragen van surséance van betaling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de Ondernemingskamer en wijst het verzoek van de ondernemingsraad af.