ECLI:NL:HR:2001:AB1977
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1994 na bezwaar en beroep
Aan belanghebbende is voor het jaar 1994 een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van f 38.534. Hierna is een navorderingsaanslag opgelegd met een belastbaar inkomen van f 45.929, zonder verhoging. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze navorderingsaanslag, maar dit bezwaar werd door de Inspecteur gehandhaafd.
Belanghebbende ging vervolgens in beroep bij het Hof Arnhem, dat het beroep ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het beroepschrift en het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën ontvangen en beoordeeld.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat de middelen geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Er werden geen proceskosten opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1994 wordt ongegrond verklaard.