ECLI:NL:HR:2001:AB1946
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing artikel 82 Wet toezicht kredietwezen ondanks schuldbemiddeling
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof te Leeuwarden de verdachte veroordeeld voor overtreding van voorschriften uit de Wet op het consumentenkrediet en de Wet toezicht kredietwezen 1992. Het hof verklaarde de verdachte strafbaar voor onder meer het bedrijfsmatig aantrekken van gelden van het publiek zonder de vereiste vergunning, zoals verboden in artikel 82, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat artikel 82 niet Pro van toepassing zou zijn op handelingen die onder schuldbemiddeling vallen, zoals geregeld in artikel 47 van Pro de Wet op het consumentenkrediet. De Hoge Raad overwoog dat het verbod in artikel 82 een Pro algemeen en sluitstuk vormt van het toezicht op kredietinstellingen en gericht is op bescherming van kleine crediteuren. Er is geen grond om aan te nemen dat het verbod niet geldt wanneer gelden worden aangetrokken met het oog op schuldbemiddeling.
Het hof heeft het verweer van de verdachte terecht verworpen en geoordeeld dat artikel 82, eerste lid, Wet toezicht kredietwezen ook in deze situatie van toepassing is. Het beroep tot cassatie wordt daarom verworpen. De Hoge Raad bevestigt hiermee de strafbaarheid van het bedrijfsmatig aantrekken van gelden zonder vergunning, ook indien dit gebeurt in het kader van schuldbemiddeling.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt toepassing artikel 82 Wet toezicht kredietwezen op schuldbemiddeling.