ECLI:NL:HR:2001:AB1835
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vrijstelling kapitaalsbelasting bij interne reorganisatie met inbreng gehele vermogen
Belanghebbende, een Nederlandse vennootschap, ontving binnen een concernstructuur een kapitaalsstorting van haar moedermaatschappij B B.V. Deze storting maakte deel uit van een interne reorganisatie waarbij B B.V. haar gehele vermogen, bestaande uit deelnemingen in vier dochtervennootschappen en contanten, inbracht. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag kapitaalsbelasting op, welke door het Gerechtshof werd vernietigd op grond dat de vrijstelling van artikel 37 van Pro de Wet op belastingen van rechtsverkeer van toepassing was.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad overwoog dat de wetgever met artikel 37 uitvoering Pro geeft aan de Europese richtlijn 69/335/EEG, die beoogt dubbele belastingheffing binnen concernverband te voorkomen. De vrijstelling geldt ook voor informele kapitaalstortingen zoals in deze zaak.
De Hoge Raad interpreteerde de vrijstellingsbepaling ruim en bevestigde dat een inbreng van het gehele vermogen in meerdere kapitaalvennootschappen binnen een concern eveneens onder de vrijstelling valt. Hiermee werd het oordeel van het Hof bekrachtigd en het beroep van de Staatssecretaris ongegrond verklaard.
De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. Het arrest werd gewezen door de vice-president en vier raadsheren op 30 mei 2001.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag kapitaalsbelasting wordt vernietigd.