ECLI:NL:HR:2001:AB1788
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling willekeurige afschrijving bij geruisloze doorschuiving in inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ 10.503. De Inspecteur stelde het verlies van dat jaar op nihil vast en handhaafde dit na bezwaar. Het Hof bevestigde deze uitspraak, waarna belanghebbende cassatie instelde bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de mogelijkheid van willekeurige afschrijving op bedrijfsmiddelen die via een geruisloze doorschuiving op grond van artikel 17 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 waren overgenomen. Het Hof oordeelde dat willekeurige afschrijving niet mogelijk is in deze situatie.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verduidelijkte dat degene die de onderneming voortzet de fiscale positie van de overdrager continuëert, inclusief het afschrijvingsbeleid. Alleen indien bij de overdrager nog niet geëffectueerde aanspraken op willekeurige afschrijving bestonden, kan de overnemer hiervan gebruik maken. Dit was in deze zaak niet het geval.
Verder benadrukte de Hoge Raad dat de willekeurige afschrijving een faciliteit is en geen afschrijvingsstelsel, en dat een wijziging van het winstbepalingsstelsel alleen is toegestaan indien goed koopmansgebruik dit rechtvaardigt.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat willekeurige afschrijving bij geruisloze doorschuiving niet mogelijk is.