ECLI:NL:HR:2001:AB1609
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Gebruik personenauto voor dienstbetrekking als privégebruik bij inkomstenbelasting
Belanghebbende, een ondernemer die tevens in dienstbetrekking werkt, gebruikte een personenauto die tot zijn ondernemingsvermogen behoort. De auto werd door hem mede gebruikt voor zijn dienstbetrekking. De Inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen op, die na bezwaar werd verminderd, maar het Hof bevestigde de aanslag.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de kilometers die hij met de auto voor zijn dienstbetrekking maakte, niet als privégebruik mochten worden aangemerkt. De Hoge Raad oordeelde dat volgens artikel 42, lid 5, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 het gebruik van de auto voor de dienstbetrekking als privégebruik moet worden beschouwd, tenzij een vergoeding voor dat gebruik in de winst is opgenomen of het loon uit dienstbetrekking deel uitmaakt van de winst uit onderneming.
In deze zaak waren die uitzonderingen niet van toepassing, zodat het Hof terecht het gebruik als privégebruik had aangemerkt. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees geen proceskosten toe.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en het gebruik van de auto voor dienstbetrekking wordt als privégebruik aangemerkt.