ECLI:NL:HR:2001:AB1598
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over eigendomsrecht en bescherming verkrijger te goeder trouw bij oplichting
In deze zaak stond centraal de vraag of het begrip 'diefstal' in artikel 3:86 lid 3 BW Pro beperkt moet worden tot strafrechtelijke diefstal zoals bedoeld in artikel 310 Sr Pro, of dat het ook verwante delicten zoals oplichting omvat.
De klager had een tractor verkregen van een beschikkingsonbevoegde en stelde dat hij als verkrijger te goeder trouw bescherming geniet op grond van artikel 3:86 lid 1 BW Pro. De rechtbank had het beklag van klager ongegrond verklaard omdat zij oordeelde dat de oorspronkelijke eigenaar het bezit van de tractor niet door diefstal, maar door oplichting had verloren, en dat artikel 3:86 lid 3 BW Pro daarom niet van toepassing was.
De Hoge Raad oordeelde dat de bedoeling van de wetgever en het systeem van de wet erop wijzen dat de bescherming van de oorspronkelijke eigenaar zich niet beperkt tot diefstal in strafrechtelijke zin, maar ook ziet op verwante misdrijven zoals oplichting. Daarom heeft de oorspronkelijke eigenaar een beter recht dan de klager en is de bestreden beschikking vernietigd.
De zaak is verwezen naar het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch voor hernieuwde behandeling van het beklag. Hiermee is bevestigd dat de bescherming van de verkrijger te goeder trouw niet geldt indien de oorspronkelijke eigenaar het bezit door oplichting heeft verloren.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof, bevestigend dat de oorspronkelijke eigenaar een beter recht heeft dan de verkrijger te goeder trouw bij verlies van bezit door oplichting.