ECLI:NL:HR:2001:AB1553

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 mei 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C99/118HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H.J. Mijnssen
  • W.H. Heemskerk
  • C.H.M. Jansen
  • J.B. Fleers
  • P.C. Kop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afgifteplicht van cognacvaten aan Camus

Camus heeft eiseres gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Gravenhage met de vordering tot afgifte van 119 cartons met flessen cognac en betaling van proceskosten. De rechtbank wees de vordering af na een tussenvonnis en getuigenverhoren. Camus stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, dat het vonnis vernietigde en eiseres veroordeelde tot afgifte van de cognac en betaling van kosten.

Eiseres stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep onderzocht en het middel verworpen op basis van de conclusie van de Advocaat-Generaal. Daarmee blijft het arrest van het hof in stand.

De Hoge Raad veroordeelt eiseres tevens in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak bevestigt de afgifteplicht van de cognacvaten aan Camus en bekrachtigt het eerdere oordeel van het hof.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling tot afgifte van de 119 cartons cognac aan Camus.

Uitspraak

11 mei 2001
Eerste Kamer
Nr. C99/118HR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. E. van Staden ten Brink,
t e g e n
CAMUS OVERSEAS LIMITED, gevestigd te Nassau, Bahama Eilanden,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.K. Franx.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerster in cassatie - verder te noemen: Camus - heeft bij exploit van 23 april 1993 eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd [eiseres] te veroordelen tot afgifte aan Camus van de 119 nog bij haar aanwezige cartons met flessen cognac en tot betaling van de kosten van het geding en in de kosten van het op 21 april 1993 gelegde beslag.
[Eiseres] heeft de vordering bestreden.
Na een tussenvonnis van 8 juni 1994 en getuigenverhoren aan de zijde van Camus heeft de Rechtbank bij eindvonnis van 13 november 1996 de vordering afgewezen.
Tegen beide vonnissen heeft Camus hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest 22 december 1998 heeft het Hof het vonnis van de Rechtbank van 13 november 1996 vernietigd en opnieuw rechtdoende, [eiseres] veroordeeld terstond na het uitspreken van dit arrest de 119 cases cognac zoals in de inleidende dagvaarding van 23 april 1993 omschreven af te geven aan Camus. Voorts heeft het Hof [eiseres] zowel in de kosten van de procedure in eerste instantie als in hoger beroep veroordeeld alsmede in de kosten van het op 21 april 1993 gelegde beslag.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Camus heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
Het middel faalt op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal De Vries Lentsch-Kostense.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Camus begroot op ƒ 632,20 aan verschotten en ƒ 3.000,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H.J. Mijnssen als voorzitter en de raadsheren W.H. Heemskerk, C.H.M. Jansen, J.B. Fleers, en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 11 mei 2001.