ECLI:NL:HR:2001:AB1333
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het oprichten van een asfaltrecyclingcentrale zonder vergunning
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor het opzettelijk overtreden van artikel 8.1, eerste lid van de Wet milieubeheer door zonder vergunning een asfaltrecyclingcentrale op haar terrein te bouwen. Na een eerdere veroordeling door de rechtbank werd het hoger beroep behandeld door het Gerechtshof Amsterdam, dat de verdachte veroordeelde tot een geldboete van vijfenvijftigduizend gulden.
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van de verdachte en oordeelde dat het hof de tenlastelegging terecht had uitgelegd als het veranderen van een bestaande inrichting zonder vergunning, waarbij het niet vereist was dat de bouw van de asfaltrecyclingcentrale in de tenlastegelegde periode geheel voltooid was. Het hof had de bewezenverklaring met voldoende motivering omkleed en was niet onjuist voorbijgegaan aan het bewijsverweer.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep, omdat de middelen niet tot cassatie konden leiden en er geen aanleiding was om de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen. Hiermee bleef de geldboete van vijfenvijftigduizend gulden in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de geldboete van vijfenvijftigduizend gulden voor het zonder vergunning oprichten van een asfaltrecyclingcentrale.