ECLI:NL:HR:2001:AB1204
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- P.C. Kop
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vergoeding servicedeel in pachtovereenkomst bedrijfsruimte schouwburg
De stichting Schouwburg De Kring verhuurde vanaf 1986 horecaruimten in haar schouwburg aan verweerder op basis van een pachtovereenkomst met een looptijd van vijf jaar, telkens verlengbaar. De pachtovereenkomst bevatte een jaarlijkse pachtprijs en een indexeringsmechanisme, inclusief vergoeding voor gebruik van inventaris en nutsvoorzieningen.
In 1991 verzocht De Kring de Kantonrechter om de huurprijs nader vast te stellen, inclusief vergoeding voor inventaris en energiegebruik (het servicedeel). De Kantonrechter stelde de huurprijs van de bedrijfsruimte vast, maar de vergoeding voor het servicedeel bleef onderwerp van geschil. Na deskundigenonderzoek en meerdere vonnissen werd vastgesteld dat de vergoeding voor inventaris en nutsvoorzieningen niet kon worden vastgesteld op basis van huurprijsvergelijking, maar moest worden afgeleid van de oorspronkelijke overeenkomst en de contractuele indexering.
De Rechtbank bevestigde deze uitleg en oordeelde dat de vergoeding voor het servicedeel niet los van de oorspronkelijke overeenkomst en indexering mocht worden vastgesteld. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van De Kring en bevestigde dat aanpassing van het servicedeel niet op grond van art. 1632a BW kan plaatsvinden, maar slechts op basis van redelijkheid en billijkheid (art. 6:258 BW Pro) en de oorspronkelijke afspraken.
De Hoge Raad veroordeelde De Kring in de kosten van het cassatiegeding en benadrukte dat de rechter bij vaststelling van het servicedeel rekening moet houden met wat partijen oorspronkelijk zijn overeengekomen en de contractuele indexering.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de vergoeding voor het servicedeel moet worden vastgesteld op basis van de oorspronkelijke overeenkomst en contractuele indexering.