ECLI:NL:HR:2001:AB0605
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.M.M. Orie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafrechtelijke aansprakelijkheid voor overtreding van voorschriften clenbuterolgebruik bij mestkalveren
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin de verdachte werd veroordeeld voor meerdere overtredingen van voorschriften gesteld krachtens artikel 93 van Pro de Wet op de Bedrijfsorganisatie, met betrekking tot het gebruik van clenbuterolhoudende diergeneesmiddelen bij mestkalveren ouder dan veertien weken.
Het hof baseerde zijn oordeel onder meer op een proces-verbaal waarin werd vastgesteld dat mestkalveren van circa 24 tot 25 weken werden gehouden, en oordeelde dat de toepasselijke bepalingen van de Verordening stoffen met sympathicomimetische werking (PVV) 1991 van toepassing waren. De verdediging voerde aan dat deze bepalingen onverbindend waren wegens strijd met de Nadere regeling diergeneesmiddelen die clenbuterol bevat, en met internationale handelsverdragen, waaronder de WTO-overeenkomst.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had vastgesteld dat de mestkalveren ouder waren dan veertien weken en dat de PVV-verordening derhalve van toepassing was. Voorts bevestigde de Hoge Raad dat de bepalingen van de WTO-overeenkomst niet rechtstreeks toepasbaar zijn en geen voorrang hebben boven communautaire regelgeving, zodat het beroep op onverbindendheid van de PVV-verordening ongegrond was.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de geldboetes en onttrekking aan het verkeer opgelegd door het hof. Hiermee blijft de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de verdachte voor het overtreden van de voorschriften omtrent het clenbuterolgebruik bij mestkalveren gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de geldboetes en onttrekking aan het verkeer opgelegd door het hof.