ECLI:NL:HR:2001:AB0576
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- A. Hammerstein
- P. Lourens
- E. Korthals Altes
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel Ondernemingskamer inzake uitkoop aandelen VWB B.V.
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen eerdere arresten van de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam over de overdracht van aandelen in VWB B.V. en de vaststelling van de prijs daarvan. De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten uit 1994 tot 1999 die het geding in feitelijke instanties vormgaven.
De Ondernemingskamer had in haar laatste arrest [verweerster 2] veroordeeld haar aandelen aan VWB over te dragen en de prijs vastgesteld op ƒ 100.000 per 31 december 1997. Tegen dit oordeel werd cassatie ingesteld door [eiser].
De Hoge Raad beoordeelde de middelen van cassatie en verwierp deze, onder meer omdat sommige middelen onvoldoende gemotiveerd waren en andere niet ontvankelijk. Het oordeel van de Ondernemingskamer over het niet-afstand doen van VWB aan haar uitkooprecht werd als juist en begrijpelijk bevestigd. Tevens werd geoordeeld dat de Ondernemingskamer terecht alleen relevante stellingen heeft betrokken in haar beoordeling.
De Hoge Raad veroordeelde [eiser] in de kosten van het cassatiegeding en sprak het arrest uit op 14 maart 2001.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel van de Ondernemingskamer bevestigd.