ECLI:NL:HR:2001:AB0401
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing wegens onvoldoende motivering bewijsuitsluiting bij cadmiumhoudende producten
In deze strafzaak stond de verdachte terecht wegens het invoeren en voorhanden hebben van cadmiumhoudende producten in 1996, in strijd met het Cadmiumbesluit onder de Wet milieugevaarlijke stoffen. Het hof Arnhem had de verdachte veroordeeld tot een geldboete, waarbij het bewijs bestond uit analyses van het Interfacultair Reactorinstituut te Delft.
De verdediging stelde dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk was wegens schending van het fair trial-beginsel, omdat een tijdig en expliciet verzoek tot contra-expertise werd afgewezen. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat de verdachte van meet af aan erkend had dat het om cadmiumhoudende producten ging, waardoor geen belang bestond bij een tegenonderzoek.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat de verdachte zonder voorbehoud erkend heeft dat de producten een cadmiumgehalte van meer dan 50 mg/kg bevatten, zoals vereist volgens het Besluit. Hierdoor is de motivering van het hof ontoereikend en moet het arrest worden vernietigd. De zaak wordt verwezen naar het hof ’s-Hertogenbosch voor hernieuwde berechting op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof ’s-Hertogenbosch voor hernieuwde berechting.