ECLI:NL:HR:2001:AB0028
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- W.H. Heemskerk
- C.H.M. Jansen
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verzoening na scheiding van tafel en bed met herleving gemeenschap van goederen
In deze zaak vorderden eiseres en betrokkene A schadevergoeding van de bank wegens de openbare verkoop van hun woning na het faillissement van betrokkene A. Eiseres en betrokkene A waren gescheiden van tafel en bed sinds 1979, maar hadden in 1990 samen een lening afgesloten en overlijdensrisicoverzekeringen op elkaars leven genomen. Betrokkene A werd in 1991 failliet verklaard waarna de bank de woning verkocht.
De rechtbank wees de vordering af en het hof bekrachtigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat door de gezamenlijke lening, verzekeringen en het samenwonen een verzoening tussen partijen was ontstaan vóór het faillissement, waardoor de scheiding van tafel en bed was geëindigd en de gemeenschap van goederen was herleefd.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp de klachten over het ontbreken van openbaarmaking van de verzoening en het feit dat de echtscheidingsprocedure nog liep. Ook het argument dat samenwonen slechts een vermoeden van verzoening oplevert, werd verworpen omdat het hof ook andere feiten had meegewogen.
De Hoge Raad oordeelde dat de bank daarom terecht de woning kon verkopen en veroordeelde eiseres in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de verzoening tussen partijen de gemeenschap van goederen heeft herleefd, waardoor de bank gerechtigd was tot verkoop van de woning na faillissement.