ECLI:NL:HR:2001:AA9631
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over motorrijtuigenbelasting en verwijst zaak terug
Belanghebbende is geconfronteerd met een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting over de periode van 20 april 1997 tot en met 7 april 1998, inclusief een boete van 100% van het aanslagbedrag. Na bezwaar en beroep bij het Hof Arnhem werd de aanslag en boete gehandhaafd. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof Arnhem een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door het gazon aan het a-plein als onderdeel van de openbare weg te beschouwen. Volgens de Hoge Raad kan een gazon niet als berm of zijkant van een weg worden aangemerkt, en het feit dat het gazon eigendom is van de gemeente betekent niet dat het gebruik van de auto op die plek als gebruik van de weg kan worden gezien.
De Hoge Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt het arrest van het Hof Arnhem en verwijst de zaak terug naar het Hof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing, met inachtneming van de gegeven richtlijnen. Tevens wordt de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding en wordt het griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof Arnhem vernietigd en de zaak verwezen naar het Hof ’s-Hertogenbosch.