ECLI:NL:HR:2001:AA9595
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.M.M. Orie
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie wegens ontbreken bijzondere volmacht
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een vonnis van de Arrondissementsrechtbank Rotterdam, waarbij verdachte werd veroordeeld voor een overtreding van de Algemene Politieverordening Rotterdam. Het beroep in cassatie werd ingesteld door een ambtenaar ter griffie namens verdachte, die verklaarde daartoe gemachtigd te zijn.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep en stelde vast dat de gemachtigde niet kon aantonen dat hij over een schriftelijke bijzondere volmacht beschikte, zoals vereist op grond van artikel 449 en Pro 450 van het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor kon het beroep niet in behandeling worden genomen.
De Hoge Raad verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep en bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad op 23 januari 2001.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken van een geldige bijzondere volmacht.